kritiek op jezelf. snoer dat nare stemmetje

kritiek op jezelf. snoer dat nare stemmetje

 

Een criticaster is iemand die voortdurend kritiek geeft. Op een criticaster in de buitenwereld kunnen we reageren. We ‘horen’ hem aankomen, verbaal en nonverbaal.

Venijniger zijn onze innerlijke criticasters. Destructief en ondermijnend.

Gek genoeg zijn we ons daarvan vaak niet bewust. We laten ze ‘mukken’. Trekken, traineren. Reageren niet. Terwijl we dit kunnen leren. We kunnen de boodschap die we onszelf geven, leren draaien.

Door compassie en interne dialoog en het incorporeren van een nieuw verhaal.

Vroeger

Toen we nog echt piep waren, was er geen schaamte, gevoel van falen of niet voldoen.
Als een Alice in Wonderland liepen we door de wereld.

We proeften, roken, zagen, hoorden, voelden, ontdekten, speelden, verzonnen. We deden. No strings attached.

Gaandeweg krijgen we boodschappen van goed en fout, normaal en niet normaal, wenselijk en niet wenselijk.

Als het gaat om menselijke normale verhoudingen schept dat duidelijkheid en helderheid. Een belangrijk kader.

Natuurlijk moeten we leren hoe we zorgvuldig en liefdevol met anderen omgaan en welk gedrag van ons grensoverschrijdend voor de ander is.

Maar we leren ook ‘plaatjes’.

Door eigen ervaringen en door onze ‘opvoeders’. Ouders, docenten, familie, vrienden. Vreemden. Het leven laat sporen in ons na. We interageren daarmee en anticiperen daarop.

Het vormt ons. Vaak positief.

Zolang onze eigenheid en kern onaangetast blijven. De wonderlijke ontdekkingsreiziger en uitvinder die we in wezen zijn overeind blijven.

We zaten vroeger niet stil, we bewogen. Stelden onmogelijke vragen. Wilden weten hoe het zat.

Vroegen onze ouders om verf, een springtouw, een scheikundedoos. Bouwden hutten. Fileerden langpootmuggen. Smeerden onze huid in met rozenbottelpitjes om te kijken of het écht jeukte.

Vonden we iemand stom, keken we er niet naar om. We knuffelden ongegeneerd onze aller-allerliefsten. Pakten podium. Waren we moe, dan stortten we in slaap.

We renden, vlogen en fantaseerden. De sky was the limit. Zorgden heel goed voor onszelf. We waren vrij.

En dan zijn we groot

Hebben nog steeds prachtige ideeën en plannen. Willen nog steeds ontdekken als Alice in Wonderland.

Maar met het groot zijn, komt ook steeds duidelijker die innerlijke criticaster naar boven.

De kabouter die ons bevraagt op alles. “Joh, zou je dat wel doen? Wie wacht daarop? Dat is er al lang? Weet je het zeker, dat kun jij helemaal niet?”

Terug naar onze sprankel

In een interne dialoog kunnen we die kabouters de mond snoeren.

Als we de stemmen leren herkennen, kunnen we ze ook leren negeren. Zeggen dat ze moeten zwijgen. De sleutel is bewustwording. Dit vraagt geloof en vertrouwen in onze mooie ik.

Onze goede plannen en ideeën zijn er niet voor niets.

Laat je innerlijke criticasters je niet weerhouden. Zet ze in het licht en ze verpulveren. Luister maar eens: ik hou van mij. 

Wat je ook is verteld of is meegegeven, vertrouw op jezelf. Op je kracht, je kunde.

Zet jezelf, je compassie, je weten, je voelen en je kwaliteiten in het zonnetje. Wat je aandacht geeft, groeit. Go for it! 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *