jouw oogjes hebben het licht. de wereld heeft jou nodig

jouw oogjes hebben het licht. de wereld heeft jou nodig

 

Jouw oogjes hebben het licht.

Je ziet.

In de ogen van je omgeving ben je nog maar een kleine hummel.

Maar jij ziet alles. En zoveel meer.

Dan alle grote mensen in je omgeving.

Je ziet en voelt magie.

Ligt opgekruld op de bank.

Kijkt naar dwarrelende stofjes in de lichtstralen die door het raam de woonkamer invallen.

Je voelt het grotere geheel.
Snapt het nog niet helemaal maar je voelt het wel.

Je bent puur en alles komt binnen.

Je beheerst de essentie van voelen. Moeiteloos. In de zandbak op de kleuterschool maak je zachtzand. Hard, nat zand in de emmer. En dan je handje erin. Kneden. Net zolang totdat het harde zand zachtzand wordt. Je voelt de sensatie van dat zand door je vingers laten lopen. Je bent zacht, mellow, in harmonie.

Het gaat om niemand. Je doet het voor niemand.

Je doet.

Het komt in je op. Je doet. En geniet van de ervaring.

Bij het schilderen op de kleuterschool ontdek je ineens oranje. Je hebt rood en geel gemengd. Zomaar. Je mag het van je allerliefste juf voordoen voor de andere kinderen.

Op school smeer je de snotjes die je uit je neus vist onder je stoeltje.

Je zorgt wel dat je aan het eind van de dag op een ander stoeltje zit. De stoeltjes moeten namelijk omgedraaid op tafel worden gezet aan het einde van de dag. Er is een vaag besef dat jouw stoel niet onder de pulkjes moet zitten.

Je ouders maakten ruzie vanmorgen. Je zag een boterham door de lucht vliegen. Met jam. Die langs de muur naar beneden gleed.

Wonderlijk was dat.  Even was het stil. Toen barstten ze in lachen uit. Tussen de middag is er dat heerlijke broodje met sesamzaadjes en kaas van de markt. Je neuriet.

Je juf gaat trouwen. Op school. Jij bent bruidsmeisje. Zit naast je juf en houdt de boel in de gaten.

Hij verschijnt in zijn kloffie. Juf is in het wit. Met bloemen in haar haar.

Je hebt de onderstroom.

Je maakt het heel bewust mee. Kijkt, ziet. Geen filters. Je voelt of iets klopt of niet. Ook al leggen ze je nog zoveel uit met moeilijke woorden.

Jij hebt de onderstroom.

‘s Middags ga je met je vriendinnetje wandelen. Konijn in de oude wandelwagen waar je zus en jij in hebben gelegen.

Lieve kinderen, blijf stralen. De wereld heeft jullie nodig.